Wat is Hapkido

Hapkido is een vrij jonge Koreaanse zelfverdedigingskunst die ontstaan is uit een mix van diverse traditionele Koreaanse krijgskunsten maar ook met stevige wortels in het Japanse Daito Ryu Aiki Jujutsu, waaruit aikido voortgekomen is, waarmee hapkido dan ook enige verwantschap heeft. Een belangrijk verschil met aikido is echter dat bij hapkido óók stoot- en traptechnieken tot het arsenaal behoren, zoals bij onder meer karate en taekwondo, alsook grijptechnieken voor het afweren van trappen.

Betekenis
De betekenis van het woord hapkido, laat zich het beste op de volgende manier uitleggen.

HAP
staat voor 'harmonie van lichaam en geest',

KI
staat voor 'Innerlijke kracht' en

Do
staat voor 'weg (van het leven)'

Hapkido is dus de vechtkunst waarbij men probeert harmonie probeert te bereiken tussen het lichaam van zichzelf en de tegenstander. Zodra hapkido geschreven wordt in hanja is de naam overigens identiek aan die van het Japanse aikido. De Koreaanse en Japanse uitspraak van deze karakters verschilt echter. Wikipedia geeft in het artikel over aikido de volgende betekenis aan deze drie karakters:

AI-KI-DO betekent letterlijk de weg (DO) van het ontmoeten en in harmonie brengen (AI) van levenskracht (KI).

Stijlen

Hoewel hapkido een vrij jonge vechtkunst is, zijn er inmiddels al vele verschillende hapkido-stijlen ontstaan. Vechtkunsten worden vaak opgedeeld in twee groepen: de interne of zachte stijlen (aikido, taichi) en de externe of harde stijlen (karate, taekwondo). Het traditionele hapkido is een stijl die zowel interne als externe elementen kent. Met korte draai-technieken wordt getracht de kracht van de tegenstander te gebruiken, maar hierbij wordt het gebruik van trap-, slag- en drukpunttechnieken niet geschuwd.

Ook zijn er hapkido-stijlen die interne stijlen zijn: hankido bijvoorbeeld en stijlen die externe stijlen genoemd kunnen worden: Jungki Kwan en Jin Jung Kwan Hapkido bijvoorbeeld. Elke stijl kent haar eigen, stijlspecifieke technieken.

Technieken

Hapkido kent een breed arsenaal aan technieken en wordt dan ook wel een complete vechtkunst genoemd. De technieken die de hapkido beoefenaar leert zijn onder te verdelen in de volgende categorieën.

Valbreken (nakbub)
Trap- en stoottechnieken
Gewrichtsklemmen
Drukpunten
Wapens
Hapkido-technieken kenmerken zich door hun vaak cirkelvormige bewegingen. De aanval wordt niet linear tegengehouden, maar afgeleid naar een punt waar de aanval geen schade meer kan veroorzaken. Op dat punt controleert de hapkido-beoefenaar de tegenstander en kan een tegenaanval inzetten. Zo'n tegenaanval bestaat vaak uit een verdraaiing van één van de gewrichten, een worp, een slagtechniek, een traptechniek of een combinatie van voorgenoemde technieken. Ook kunnen drukpunten worden gebruikt om de tegenstander uit te schakelen of zijn bewegingen te controleren.

Het oefenen met wapens is in veel scholen voorbehouden aan de gevorderde leerling. In sommige scholen wordt meer aandacht besteed aan het gewapende gevecht dan in andere. Wapens die een hapkido-beoefenaar tijdens zijn carrière tegen kan komen zijn:

dan bong, een korte stok van ongeveer 30cm
joong bong, een middellange stok van ongeveer 120cm
jang bong, een lange stok van ongeveer 200cm
Kom, een zwaard of Mook kom (??), houten zwaard
Tie, de band of een touw
Kal, het mes
Ji Pangi, de wandelstok
In sommige scholen worden tevens loopvormen (poomse, hyung) onderwezen, maar in de meeste scholen vormen deze geen onderdeel van het lesprogramma. Het traditionele hapkido kende in ieder geval geen loopvormen.

Terminologie

In een hapkido oefenruimte, dojang, wordt vaak gebruikgemaakt van Koreaanse terminologie. Zo draagt de hapkido beoefenaar een dobok met daaromheen zijn Tti. De beginnende hapkido beoefenaar draagt de witte band, welke in veel stijlen de tiende gup genoemd wordt.

Afhankelijk van de kennis die leraar, sabumnim heeft van de Koreaanse taal, kan er in meer of mindere mate gebruikt gemaakt worden van Koreaanse terminologie tijdens de lessen.

Gradatie

Om het niveau van een hapkido-beoefenaar aan te geven, wordt gebruik gemaakt van een gradensysteem. Dit systeem bestaat uit twee delen. De zogenaamde negen gup (?) en negen dan (?) graden. De gup graden lopen af van negen t/m één en de dan graden lopen juist op van één t/m negen. Sommige scholen gebruiken meer dan tien gups, met name wanneer er veel les wordt gegeven aan kinderen. Om van de ene naar de andere graad te stijgen, dient men vaak een examen af te leggen. De tijd tussen gup examens is meestal niet zo lang, drie tot zes maanden. Tussen dan examens kan wel enkele jaren zitten. Als vuist regel kan men aanhouden dat het nummer van de dan graad aangeeft hoe lang het duurt voordat men examen kan doen. Iemand zou dus tussen tweede en derde dan drie jaar moeten trainen voordat hij of zij examen kan afleggen. In sommige gevallen wordt ook de tiende dan aan personen toegekend. Meestal aan personen die zich in hoge mate hebben ingezet binnen hun eigen organisatie of stijl. Anderen zijn van mening dat de tiende dan alleen bestemd zou moeten zijn voor de leider van een bepaalde hapkido organisatie of stijl.

De gups worden aangegeven met een systeem van gekleurde banden. Deze banden worden om de middel van de beoefenaar gedragen. De gebruikte kleuren verschillen per school, maar de eerste kleur is altijd wit. In het schema hiernaast zijn de kleuren van de gups aangegeven volgens het meest gangbare systeem in Korea. Nederlandse scholen gebruiken meestal een verschillende kleur voor iedere gup, of banden met meerdere kleuren.

Danhouders, ook wel yudanja  genoemd, dragen altijd een zwarte band. In plaats van een band wordt ook wel gebruik gemaakt van een sjerp. In principe kun je alleen aan de band van een yudanja niet zien welke dan hij heeft. Er wordt in de regel niet gebruik gemaakt van streepjes op de band om aan te geven welke dan men heeft, zoals dat in sommige andere vechtkunsten wel gebruikelijk is. Op de band kan verder de naam van de beoefenaar en/of de naam van de kwan waar hij of zij toe behoort worden gezet.
RAMsoft'85
POWERED BY