Geschiedenis
De korte geschiedenis van hapkido is lang niet zo overzichtelijk als men zou verwachten van een vechtkunst die ongeveer 60 jaar oud is. Het feit dat hapkido opgebouwd is uit technieken van verschillende stijlen is meer mede debet aan. Ook werden in het begin de Japanse wortels van hapkido vaak verzwegen en werd verteld dat hapkido technieken terug gingen op veel oudere traditionele Koreaanse stijlen. Hoewel technieken uit deze stijlen zeker hun weg naar het hapkido curriculum gevonden hebben, wordt de basis van hapkido voor het merendeel gevormd door technieken uit het Daito Ryu Aiki Jujutsu van Sokaku Takeda. Waarbij opgemerkt kan worden dat eeuwen eerder vechtkunst naar Japan werd geëxporteerd vanuit het koninkrijk Paekche. Maar op hun beurt waren de technieken uit Paekche waarschijnlijk heel erg beïnvloed door Chinese stijlen. Iets wat opgemaakt kan worden uit afbeeldingen en beelden uit die tijd. Hoe dan ook, we weten niet meer wat voor soort technieken het waren en het is dus veilig om te zeggen dat de technieken uit Japan die een grote invloed hadden op het hapkido sinds die tijd een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt.
Choi Yong-sul
Een persoon die een belangrijke rol heeft gespeeld in het overbrengen van de technieken uit Japan naar Korea is Choi Yong-sul. Choi wordt dan over het algemeen ook als de grondlegger van het hapkido gezien.
De manier waarop Choi zich de technieken van Sokaku Takeda heeft eigen gemaakt is nooit duidelijk geworden. Door sommigen wordt beweerd dat Choi de geadopteerde zoon van Takeda was, maar hier zijn geen bewijzen voor. Waarschijnlijker is het dat Choi een werknemer van Takeda was en op die manier kennis heeft kunnen maken met de technieken die het meest praktisch waren voor het uitoefenen van zijn werk. Choi beweerde later dat hij papieren van Takeda had gekregen die moesten aantonen dat hij bevoegd was om het Daito Ryu te onderwijzen. Deze papieren zou hij echter verloren hebben. In de, vrij nauwkeurige, administratie van Takeda komt Choi's naam niet voor, en ook zijn Japanse naam, Yoshida Asao, komt niet voor. Beweerd wordt dat dit komt omdat Choi Koreaan zou zijn, maar de namen van andere Koreanen die onder Takeda hebben gestudeerd staan wel in de administratie vermeld.
Hoewel dit verhaal dus duidelijk een aantal hiaten kent, is het zonder meer duidelijk dat Choi een formidabel vechtkunstenaar was toen hij terug keerde naar Korea. Choi begon voor het eerst les te geven aan Suh Bok Sup (???). Suh was de directeur van een bierbrouwerij waar Choi vaak graan haalde voor zijn varkens. Suh had reeds ervaring met Yudo (??, Koreaans Judo) en was onder de indruk van Choi's vechtstijl en vroeg hem om hem les te geven. In deze begintijd noemde Choi zijn stijl Yawara. En vestigde zich in de stad Daegu. Choi Yong-sul hield zich op de achtergrond en bleef rustig lesgeven in zijn stijl zonder al te veel toevoegingen. In 1984 overleed Choi Yong-sul. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Choi Bok-yeol die echter in 1987 bij een ongeluk om het leven kwam. Een officiële tweede opvolger was toen nog niet aangewezen. In 2000 nam Kim Yun-sang officieus het roer over als de derde doju. Hij voert momenteel de hapki yusul beweging aan vanuit zijn school in Gumsan.
Ji Han-jae
Een andere persoon die veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van het hapkido is Ji Han-jae geweest. Ji was in zijn tienerjaren een leerling van Choi Yong-sul. Hij verhuisde later echter naar Seoel en begon daar zijn eigen school. Ji bestudeerde naast het yawara van Choi ook traditionele Koreaanse vechtkunsten zoals taekgyeon en kreeg meditatielessen van een vrouwelijke monnik genaamd Lee, die hij later oma noemde (deze vrouw was niet zijn echte oma, maar het is voor Koreanen gebruikelijk om oudere mensen met opa en oma aan te spreken). In Seoel groeide de school van Ji aanzienlijk en veel mensen sloten zich bij Ji's organisatie aan. Veel van deze mensen hadden reeds ervaring in Koreaanse vechtkunsten en namen hun ervaring mee naar de school van Ji. Zo werd het arsenaal aan technieken steeds uitgebreider. Het is waarschijnlijk ook Ji Han-jae geweest die als eerste de naam hapkido ging gebruiken.
In de jaren zestig waren er in Korea drie bewegingen die zich afzonderlijk van elkaar met hapkido bezig hielden. Deze bewegingen waren gesitueerd rond drie steden, namelijk:
- Daegu (Choi's aanhang)
- Seoel (Ji's aanhang)
- Busan (de beweging waar later ook het Kuk sool won uit is ontstaan).
Hoewel er onderling wel contact was, groeiden de bewegingen steeds verder uit elkaar. Dit is mede te wijten aan het feit dat in die tijd het lang niet zo gemakkelijk was om van de ene stad naar de andere stad te reizen zoals dat tegenwoordig het geval is. Een modern wegennet bestond nog niet in het door de Koreaanse oorlog geteisterde schiereiland. Ook gingen steeds meer politieke belangen meespelen. Iets waar vooral de groep in Seoel last van had omdat zij natuurlijk in de hoofdstad het dichtst bij het politieke vuur zat. Ji Han-jae werkte zich op tot lijfwacht van de Koreaanse president. Iets wat hem voldoende politieke macht gaf om helemaal voor zichzelf te beginnen (een hoge positie is namelijk belangrijk in het statusgevoelige Korea). Een actie waar niet iedereen tevreden mee was, en zo ontstonden nog meer afsplitsingen. In het begin van de jaren 70 speelde Ji Han-jae in een film 'hapkido' genaamd samen met Angela Mao Ying. Later speelde Ji Han-jae ook een rol in de Bruce Lee film 'Game of Death'.
In 1979 werd de Koreaanse president Park Chung-hee doodgeschoten door een leerling van Ji Han-jae: Kim Jae-gyu. Kim was het hoofd van de Koreaanse veiligheidsdienst en Ji Han-jae had een rol gespeeld bij de aanstelling van Kim. Om deze reden werd hij voor een jaar gevangen gezet.
In 1984 emigreerde Ji Han-jae naar de Verenigde Staten en richtte zich daar op de ontwikkeling van een nieuwe hapkido-stijl. Het Sin Moo Hapkido dat op die manier ontstond, wordt momenteel actief door Ji Han Jae gepromoot.
Myung Jae-nam
Myung Jae-nam sloot zich aan bij de beweging van Ji Han-jae in Seoel en was één van de medeoprichter in 1965 van de Korea Hapkido Association. Myung Jae-nam is bekend geworden als degene die een brug probeerde te slaan tussen de Koreaanse en Japanse tradities. Het door hem ontwikkelde hankido is een mengeling van Koreaanse hapkido en Japanse aikido technieken.
Myung Jae-nam stond tot aan zijn dood in 1999 aan het hoofd van de International H.K.D Federation. Myung Jae-nam's hapkido-stijl heeft veel invloed gehad op de ontwikkeling van hapkido in Europa in de jaren '90 van de twintigste eeuw.
Han Bong-soo
Han Bong-soo was een leerling van Choi Yong-sul en Ji Han-jae, verhuisde later naar Californië en speelde in de film Billy Jack. Han Bong-soo stond bekend om zijn uitstekende beheersing van traptechnieken. Han Bong-soo startte zijn eigen federatie: International Hapkido Federation. (niet te verwarren met de IHF van Myung Jae-nam) Han Bong-soo overleed 8 januari 2007.
Myung Kwang-sik
Myung Kwang-sik is een leerling van Ji Han-jae die later ook bij Choi Yong-sul gestudeerd heeft. Hij begon in Korea zijn eigen school onder de naam yeonmukwan (??? ) maar emigreerde later naar de Verenigde Staten, waar yeonmukwan overging in de World Hapkido Federation (WHF). Myung Kwang-sik bracht het eerste Engelstalige boek uit over Hapkido: Korean Hapkido Ancient Art of Masters. Hij schreef later meerdere boeken en bracht diverse video's uit. Hij is de voorzitter van de WHF.
Wereldwijde verbreiding
Hapkido's verbreiding werd in gang gezet door twee factoren. Het waren in de jaren zeventig met name mensen uit Ji Han Jae's groep die emigreerden naar de Verenigde Staten. Bekende leraren die deze stap maakten waren Myung Kwang-sik (???) en Han Bong-soo (???). De laatste had tijdens de Vietnamoorlog reeds les gegeven aan diverse Amerikaanse GI's. Ook deze laatste groep zorgde voor een verdere verbreiding van het hapkido.
Koreaanse organisaties
In Zuid-Korea bestaan tegenwoordig talloze organisaties die zich tot doel hebben gesteld om het hapkido te promoten. Hiervan zijn er echter maar een aantal die door de Zuid-Koreaanse overheid erkend worden. Koreaanse agenten dienen voordat ze tot hun opleiding worden toegelaten in het bezit te zijn van tenminste een eerste dan in hapkido, waarbij alleen de certificaten van herkende organisaties worden geaccepteerd. De International H.K.D Federation en de Daehan Hapki Hwe (KHF) zijn de twee grootste Koreaanse organisaties waarvan de dan-certificaten erkend worden.